Geschiedenis Vleeshalkelder

Het Archeologisch Museum Haarlem is sinds 1991 gevestigd in de kelder van de Vleeshal.

De Vleeshal
De eerste Vleeshal van Haarlem stond aanvankelijk op de hoek van de Warmoesstraat en de Spekstraat. Tot ver in de zestiende eeuw heeft deze hal zonder problemen gefunctioneerd. Aan het eind van die eeuw groeide de bevolking van Haarlem echter explosief. De vleeshouwers die met hun banken buiten stonden, hadden ‘s winters last van de kou en ’s zomers van de warmte en de vliegen. Er moest een nieuwe hal komen. Op 6 juni 1602 werd de eerste steen van de nieuwe Vleeshal gelegd en kon bouwmeester Lieven de Key met zijn bouwproject beginnen.
Op 20 juni 1604 was de klus grotendeels geklaard en kregen de metselaars ‘een geschenck op het besluyt van ’t Verwulft in de Nyeuwe hal’. Naast de ontvangsten uit de verhuur van de vleesbanken ontving het stadsbestuur ook gelden uit het verhuren van de kelderverdieping onder de vleeshal. Deze ruimte was onderverdeeld in zes kelders die allen een eigen entree hadden. Waarschijnlijk fungeerde de kelderverdieping als opslagplaats van diverse marktwaren.

Diverse bestemmingen
Tot ver in de negentiende eeuw bleef de Vleeshal als verkoopplaats van vlees in gebruik. Vanaf het midden van de negentiende eeuw diende het pand als bergplaats van het in Haarlem gelegerde garnizoen. Aan het eind van de negentiende eeuw vestigde het Rijksarchief van de provincie Noord-Holland zich in het pand. In 1939 werd de kelder ingericht als depot voor de oorspronkelijke 30.000 boeken van de stadsbibliotheek. Van 1942 tot 1949 werd de Vleeshal gebruikt door de Distributiedienst. In 1951 werd de hal omgedoopt tot expositieruimte.
Toen het Archeologisch Museum in 1989 toestemming kreeg om zijn intrek te nemen in de kelder van de Vleeshal, moest deze ruimte wel eerst geschikt gemaakt worden als museum. Om een goede stahoogte in het museum te krijgen moest er een nieuwe vloer worden aangelegd, 20 centimeter lager dan de oorspronkelijke vloer. De leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH) hebben hieraan voorafgaand de grond onder de Vleeshal archeologisch onderzocht.

Vondsten opgraving Vleeshal
De plek waarop zich nu het Archeologisch Museum bevindt bleek rijk te zijn aan archeologische sporen. Al in de prehistorie moeten hier kortere of langere tijd mensen hebben geleefd. De archeologen vonden onder de keldervloer scherven van aardewerk uit de ijzertijd (800 v Chr.-12 v. Chr.). Bij de opgraving werden ook resten van middeleeuwse muren uit de dertiende en veertiende eeuw gevonden. Dat betekent dat de zuidkant van de Grote Markt eerder bebouwd is geweest dan altijd werd aangenomen. Bijzonder was de vondst van een afvalkuil, die tussen 1265 en 1300 in gebruik is  geweest. Daarin lag veel aardewerk, houten nappen en een houten beeldje van een monnik, dat ook in het museum te bewonderen is.